Informatiekrant SWV PO Zaanstreek

“Omdat ik zelf veel geholpen werd, ben ik nu goed in anderen helpen”

Sepp en De Bijenkorf

Ondanks zijn lichamelijke beperking kon Sepp door een onderwijsarrangement op zijn eigen, thuisnabije school blijven. Zeven jaar geleden werd hij geportretteerd in het allereerste krantje van het samenwerkingsverband. Toen was Sepp zes, nu dertien. Hoe gaat het inmiddels met hem?

‘Hier kreeg ik altijd les’, zegt Sepp. Hij kijkt om zich heen. Er staan nog maar een paar schoolbanken in het vertrouwde klaslokaal, dat daardoor een beetje verlaten oogt. Anders dan Sepp het gewend is.

Sinds kort is Sepp brugklasser. Hij is eventjes op bezoek bij zijn oude school, Jenaplanschool De Bijenkorf te Assendelft.

‘Al mijn vrienden van De Bijenkorf zitten nu ergens anders’, vertelt Sepp. ‘Ik heb nog wel contact met ze hoor. En ik heb ook nieuwe vrienden gemaakt op de middelbare school. Maar het is wel erg wennen: andere school, andere leraren. Het gaat goed, maar ik voel me nog steeds meer thuis op de Bijenkorf. Hier ken ik alle ins en outs.’

Sepps linkerbeen is net uit het loopgips, zegt hij, een hulpmiddel om zijn kuitspier op te rekken. Dat moet ieder jaar gebeuren, maar Sepp gaat er laconiek mee om. ‘Als die spier niet langer wordt gemaakt, wordt mijn been korter’, zegt hij droog. Het is voor hem gewoon; onderhoud dat af en toe moet gebeuren.

Bij zijn vroeggeboorte kreeg Sepp een lichte hersenbloeding, waardoor hij aan de linkerhelft van zijn lichaam cerebrale parese heeft, een bewegingsstoornis. ‘Vanaf groep 1 was Sepp hulpbehoevend’, legt Sepps moeder Karina Knaap uit. ‘Het toilet moest op De Bijenkorf een ophoging krijgen en hij heeft ook een jaar extra gekleuterd.’

Op zijn nieuwe school krijgt Sepp daarover nog weleens nieuwsgierige vragen van klasgenoten. ‘Dat vind ik niet erg. Ze denken bijvoorbeeld dat ik mijn hand helemaal niet kan bewegen, maar dat kan ik best. Het is alleen moeilijk met mijn wijsvinger, bijvoorbeeld als ik een vuist probeer te maken.’ Sepp demonstreert het. ‘Maar dan laat ik het ze zien en dan is het weer goed.’

Ondanks zijn lichamelijke beperking heeft Sepp zijn volledige basisschooltijd doorgebracht op zijn eigen thuisnabije school, De Bijenkorf, dankzij een toegewijd team van leraren, directeur, fysiotherapeut, ergotherapeut, rekenspecialist, integratieve therapeut én de klassenassistent met hond.

‘Geleidelijk werd dat team steeds kleiner, omdat het met Sepp steeds beter ging’, zegt Knaap. ‘In zeven jaar tijd maakte hij een enorme sprong naar zelfstandigheid. Vanaf groep 7 fietste hij bijvoorbeeld zelf naar school toe.’

 

Extra uitleg

De weg naar zelfstandigheid kende de nodige obstakels. ‘In de middenbouw was het spannend’, vertelt Knaap. ‘Sepp ontwikkelde een achterstand. Leraren liepen vast op de vraag hoe hij nu eigenlijk leerde. IQ-testen leverden niets op en die zeggen eigenlijk ook niet zoveel bij een lichamelijke beperking.’

‘In die tijd werd ik vaak uit de groep gehaald’, herinnert Sepp zich, ‘en dat vond ik niet leuk. Ik was bang dat ik daardoor ook veel leuke dingen zou missen.’

Uit neuropsychologisch onderzoek bleek dat Sepp een normaal IQ heeft, maar dat hij tijdens de les vooral behoefte heeft aan extra uitleg en herhaling. ‘De eerste keer hoort Sepp de helft van wat je vertelt’, zegt Knaap. ‘De tweede keer hoort hij weer wat meer, enzovoort, net zo lang tot hij de lesstof begrijpt. Toen we dát eenmaal wisten, ging ineens alles veel beter.’

Voortaan hoefde Sepp alleen nog maar de klas uit voor de leerlijn rekenen. ‘En dat vond ik fijn’, zegt hij, ‘want ik wil ook bij de klas horen! Meedoen is veel leuker. Mijn lerares Paula was heel lief en behulpzaam. Ze legde alles geduldig aan me uit, totdat ik het begreep. En na twee of drie keer dacht ik dan: Ja, nu snap ik het!’

‘Paula behandelde jou ook niet anders dan de andere kinderen’, zegt Knaap tegen haar zoon. ‘De leraren en de kinderen wisten: Sepp is niet zijn beperking, Sepp is gewoon Sepp. Hij kan alles, het kost hem gewoon wat meer moeite. Hier op De Bijenkorf werd hij volledig geaccepteerd. Het staat of valt met de leraren, die moeten er voor open staan. Het team van De Bijenkorf dacht altijd in mogelijkheden, nooit in onmogelijkheden en als ouders vonden wij dat heel prettig.’

Volgens Knaap is een goede samenwerking tussen directie, intern begeleider, ouders en leraar van essentieel belang: ‘We ondervonden de nodige hobbels in de middenbouw, maar we bleven altijd in gesprek om gezamenlijk verder te zoeken naar hoe we Sepp het beste konden laten groeien. Daarom heeft Sepp ook zo’n onwijze spurt kunnen maken.’

 

Behulpzaam

‘Voor mij voelde het allemaal niet als een grote verandering’, bedenkt Sepp zich. ‘Ik deed gewoon mee met dingen in de klas – sommige kon ik niet, andere weer wel. Bij de dingen die ik moeilijker vond kreeg ik hulp.’

In de klas bij juf Ingrid kreeg Sepp ook volop hulp van zijn klasgenootjes. ‘Daar werd je op een gegeven moment wel een beetje tureluurs van. Toch?’, zegt Knaap, terwijl ze haar zoon glimlachend aankijkt. Sepp kan een lichte huivering niet onderdrukken als hij eraan terugdenkt. ‘Uiteindelijk dacht ik: Stop maar met helpen, nu wil ik het zelf proberen!’

‘Mensen – en dus ook kinderen – zijn van nature heel behulpzaam’, vervolgt Knaap. ‘Superlief natuurlijk, maar als je de hele tijd in de klas geholpen wordt en je wil eigenlijk al die dingen liever zelf doen, dan moet je toch grenzen leren stellen. De hulp was goedbedoeld, maar Sepp dreigde er een beetje onzeker van te worden. Vervolgens kreeg hij hulp om voor zichzelf op te komen.’

Inmiddels wekt Sepp bepaald geen onzekere indruk. ‘Vanaf groep 7 kon ik ongeveer alles’, zegt hij. ‘Bij rekenen had ik altijd een achterstand, maar ik ben wel goed in taal en schrijven. Dus daarmee kon ik andere kinderen helpen. En dat vond ik leuk om te doen. Omdat ik zelf altijd hulp kreeg ben ik er ook goed in geworden om zélf mensen te helpen.’