De kracht achter inspirerende verhalen

Door Maurice van Turnhout

‘Samen kunnen we de vicieuze cirkel van kansenongelijkheid doorbreken’

Wat is kansenongelijkheid in het onderwijs, hoe ga je dat meerkoppige monster te lijf? Een gesprek met programmamaker, schrijver en docent Karim Amghar.

Karim Amghar

In de NTR-serie Karim pakt zijn kans zoekt Karim Amghar een school voor zijn dochtertje. Zelf kreeg hij na een cito-score havo-vwo het advies vmbo-kader. Door deze onderadvisering raakte hij een tijdlang gedemotiveerd: als de samenleving zijn talenten niet waardeerde, waarom zou hij dan zijn nek uitsteken voor de samenleving?

Amghar herpakte zich, maar hij wilde zijn dochtertje een soortgelijk traject besparen, vertelt hij in de serie. Uiteindelijk gaat zij naar een openbare school waar ze volgens Amghar ‘gezien en gehoord’ wordt. ‘Deze school koestert hoge verwachtingen van haar en is trots op haar. Ze wordt niet zielig gevonden en als er dingen niet meteen lukken proberen ze het op een andere manier. Heel waardevol is dat.’

Rotterdammer Amghar maakt niet alleen programma’s, hij publiceert ook boeken over de onderwijsthematiek die hem aan het hart gaat, zoals Hoor Mij, Zie Mij! Naar Kansengelijkheid In Het Onderwijs.

‘Als je meer kansengelijkheid op school wil creëren is het van essentieel belang dat je eerst weet waar je het over hebt’, adviseert Amghar. ‘Kansenongelijkheid is een breed, complex vraagstuk dat je goed moet begrijpen, zodat je herkent in welke context het bij jou op school voorkomt en je het concreet kan aanpakken. Onderadvisering is er onderdeel van, maar dat is eerder een symptoom dan een kwaal.’

Kloof tussen rijk en arm

‘Volgens sociaaleconomisch onderzoek is het Nederlandse onderwijssysteem sterk afhankelijk van externe factoren’, legt Amghar uit. ‘Neem in dit geval de groeiende kloof tussen arm en rijk: het maakt steeds meer uit of je wieg heeft gestaan in een arm of in een rijk gezin en wat voor opleiding je ouders hebben genoten. Ouders die financieel armer zijn leven vaak ook in culturele en sociale armoede: ze beschikken niet over de kennis en het netwerk van rijkere ouders, die bijvoorbeeld schaduwonderwijs kunnen inkopen voor hun kinderen.’

‘Havo- en vwo-scholen verplaatsen zich steeds vaker naar wijken waar de meeste kinderen met havo-vwo-adviezen zitten, om zo de concurrentiestrijd op onderwijsgebied te kunnen winnen. En dan ontstaat er segregatie in het onderwijs op wijkniveau. Dat is schrijnend, want dat leidt dan weer tot onbewuste vooroordelen bij leraren, die eerder geneigd zijn tot onderadviseren. Kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status belanden zo vaak in dezelfde armoede als de generatie vóór hen. En dan heb je dus een vicieuze cirkel.’

In maatschappelijk opzicht is dat effect desastreus, meent Amghar: ‘De samenleving ervaart bij een groei van ongelijkheid ook een toename van radicalisering, polarisatie en geloof in demagogen die de polarisatie uitbuiten. Kinderen worden daar vatbaarder voor naarmate ze minder hoop ervaren. Uit onderzoek blijkt dat ze dan lagere verwachtingen van zichzelf ontwikkelen en dat hun reflecterend vermogen terugloopt; hun onderwijsprestaties en mentale en fysieke gezondheid gaan achteruit, ze dromen beperkter. En dat voedt allemaal die vicieuze cirkel. De manier om die cirkel te doorbreken is: hoge verwachtingen koesteren.’

Kinderen van schoonmakers

In Karim pakt zijn kans vertelt socioloog Illias El Hadioui hoe leraren hun onbewuste vooroordelen over kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische status kunnen overwinnen. Ze moeten zichzelf de vraag stellen: geef ik les aan kinderen van schoonmakers of geef ik les aan potentiële hoogleraren?

‘Het klopt dat leraren daardoor hogere verwachtingen van kinderen gaan koesteren’, zegt Amghar, ‘maar het is toch niet helemaal de juiste reflex. Blijkbaar koesteren we als samenleving hogere verwachtingen van potentiële hoogleraren dan van potentiële schoonmakers en eigenlijk zou je dat onderscheid niet op die manier moeten maken in een klaslokaal. Kinderen kunnen ook excelleren en ambitieus zijn als ze later doorstromen naar het mbo in plaats van naar de universiteit.’

‘Leraren kunnen zich concreet afvragen: geef ik de meeste aandacht aan de kinderen die de aandacht het hardste nodig hebben, of aan kinderen die het prettigst zijn om les te geven, omdat ze van zichzelf al een hoog IQ hebben? Om het systeem te veranderen zullen we niet alleen die aandacht, maar ook privileges eerlijk moeten verdelen, zodat niet alleen een kleine groep er profijt uit trekt. Alleen dán krijg je waarachtige saamhorigheid.’

Imagoprobleem

Meer samenwerken, zo luidde dit jaar de aanbeveling van de onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs, vertelt Amghar. ‘We moeten in het onderwijs van elkaar gaan leren, anders komen we er niet. Samenwerkingsverbanden kunnen daar volgens mij een cruciale rol in spelen. Zij geven het voorbeeld van goede samenwerking; ze proberen het tij te keren van de grote verschillen tussen de scholen. Volgens de Staat van het Onderwijs scoort 20% van de Nederlandse scholen namelijk onder de maat als het aankomt op lerarenaanbod en basisvaardigheden van leerlingen – ook daarin komt kansenongelijkheid tot uiting.’

Uit het lerarentekort blijkt dat het onderwijs kampt met een imagoprobleem. ‘Maar dat probleem valt te overwinnen’, zegt Amghar, ‘want het is een ongelooflijk waardevol beroep. Al vanaf de voorschoolse educatie van nul tot vier jaar bouw je als leraar aan het fundament van de samenleving. Wat kan er mooier zijn dan dat?’

‘Er wordt altijd veel gesproken over de uitdagingen van het onderwijs, waardoor het voor de buitenwereld lijkt alsof het alleen maar kommer en kwel is. Niets is minder waar. We moeten het veel vaker hebben over alle geweldige initiatieven, over het prachtige werk dat leraren doen.’

‘Vraag het desnoods aan de kinderen zelf: als je hen vraagt wat ze later willen worden, staat juf of meester nog altijd vaak in de top vijf. Ergens onderweg raken ze dat gevoel kwijt en willen ze liever influencer of bitcoin-belegger worden. Daarom moet je ervoor zorgen dat ze dat gevoel vasthouden als ze groot worden. Op de kortere termijn zal je moeten kijken waar de nood het hoogst is qua ongelijkheid en dan moet je ervoor zorgen dat mensen er zin in krijgen om juist dáár les te gaan geven, omdat dáár hun inzet het meest waardevol is.’

Amghar glimlacht. ‘Een tijdje terug vroeg minister van OCW Dijkgraaf mij wat mijn eigen stip aan de horizon is op carrièregebied. Hij dacht waarschijnlijk dat ik minister zou zeggen, of iets dergelijks. Natuurlijk sluit ik dat niet uit en als zo’n functie op mijn pad komt zal ik er ook vol voor gaan, maar het eerlijke antwoord dat ik hem gaf was: gewoon weer fulltime lesgeven. Daar beleef ik het meeste plezier aan. Daarmee maak ik meteen voelbaar en zichtbaar impact.’

Meer over: