De kracht van inspirerende verhalen

Door Maurice van Turnhout

Er is een revolutie nodig in het onderwijs’

‘De gangbare opvattingen over inclusief onderwijs zijn volgens mij nog niet revolutionair genoeg’, zegt Sofie Sergeant, hoofddocent Burgerschap en Inclusie aan de Hogeschool Utrecht.

‘Op dit moment vatten we inclusief onderwijs nog te vaak op als: verwelkom alle kinderen in de reguliere klas en ga dan op dezelfde vertrouwde voet verder. Maar dat zal niet werken. Er is dus een revolutie nodig in het onderwijs. Ook leraren zullen daar uiteindelijk baat bij hebben.’

Sofie-Sergeant

Sofie Sergeant

Met enige zelfspot noemt Sergeant zichzelf een ‘verdwaalde orthopedagoog uit Gent’. ‘Ik kom niet uit het onderwijs en ik kom niet uit Nederland en toch bemoei ik me met het Nederlandse onderwijs. Ik kijk met een andere blik en dat kan soms helpen.’

Naast haar werk aan de Hogeschool Utrecht is Sergeant ook verbonden aan het Instituut voor Onderwijs en Orthopedagogiek en het Lectoraat Jeugd. ‘In de beroepspraktijk onderzoek ik wat wel werkt en wat niet. Dat komt dus neer op inclusief onderzoek: samen met kinderen, samen met ouders, samen met leraren, samen met onderwijsprofessionals als volwaardige partners.’

 

Is dergelijk inclusief onderzoek eerder te weinig gedaan?

‘Het is momenteel wel in opmars, omdat het besef groeit dat we de écht taaie vraagstukken niet alleen vanuit de wetenschap op kunnen lossen. Je moet theoretische kennis aansluiten op praktijk- en ervaringskennis van de diverse professionals en partners.’

 

Klinkt complex!

‘Dat is het sowieso. Als je houdt van voorspelbaarheid en overzichtelijkheid kan je beter niet aan inclusief onderwijs beginnen. Dat geldt eigenlijk voor het onderwijs in de breedste zin en daar waarschuw ik studenten ook voor: als leraar loop je constant tegen dilemma’s aan. Je kan bijvoorbeeld een leerling in de klas hebben die hoogsensitief is en gevoelig voor geluid, met daarnaast een leerling met adhd die de hele dag zit te neuriën. Die twee zitten elkaar in de weg. Hoe kan je ze dan als leraar helpen? Moet je ingrijpen, en zo ja, hoe dan?’

‘In zo’n geval zou ik adviseren: ga het gesprek aan vanuit het vertrouwen dat leerlingen mee kunnen denken, goede ideeën hebben en zelf ook graag willen leren. Daar moet je elkaar serieus in nemen.’

 

In een boek dat u met Peter de Vries redigeerde, ‘Perspectieven op inclusief onderwijs’, schreef u dat de inclusieve school een middel is en geen doel. Wat betekent dat?

‘Vaak hoor je in het onderwijs de slogan: it takes a village to raise a child. Omgekeerd is dat ook waarheid: it takes all our children to raise the village. Inclusief onderwijs is een middel om ons doel te bereiken. We hebben al die diverse kinderen nodig om de samenleving van morgen te bouwen. We hebben de praktische kinderen nodig, de kinderen met taal- en rekenknobbels en ook de kinderen met gedragsproblemen, want dat worden later vaak de beste leraren. Zij snappen uit eigen ervaring waarom sommige kinderen moeilijker aansluiting vinden dan andere.’

‘Als we een samenleving willen die rekening houdt met verschillen moeten we ervoor zorgen dat kinderen zich met elkaar verbinden. Kinderen leren dan al doende dat er een heleboel verschillende achtergronden bestaan. Hoe eerder je daarmee begint, hoe beter; liefst al bij de kinderopvang. Als het goed is nemen kinderen zulke ervaringen mee gedurende de rest van hun leven.’

‘Op dit moment is het onderwijs vooral prestatiegericht. We zijn pas trots op kinderen als ze zich snel ontwikkelen of hoog scoren op theoretische vakken. Als kinderen dat niet bij kunnen benen, laten we ze – vanuit de beste bedoelingen – doorstromen naar het speciaal onderwijs, zodat we weer verder kunnen met de orde van de dag. Dat vind ik zonde. Als het onderwijs minder prestatiegericht en meer ontwikkelingsgericht wordt, doe je weer recht aan het ambacht van leraar, want dat ambacht betekent méér dan alleen kinderen voorbereiden op examens. En op die manier zorgt inclusie ook voor meer ontspanning in het onderwijs.’

 

Hoe werkt dat?

‘Uit onderzoek blijkt dat inclusieve pedagogiek aan alle kinderen ten goede komt, ook bij kinderen zonder ‘speciale’ onderwijsbehoeftes. Als leraren voor een diverse klas staan, bereiden ze zich grondiger voor en zoeken ze ook meer samenwerking. Leraren gaan op de eerste plaats meer als antropoloog te werk: ze onderzoeken wie de kinderen zijn die ze tegenover zich hebben, welke rivieren er door hun levens hebben gestroomd; ze onderzoeken wie ze zelf zijn als docent, waarom ze doen wat ze doen, waar ze goed en minder goed in zijn; en ze onderzoeken de regio waarin ze werken, wat er speelt bij mensen thuis en op straat. Op basis van dat onderzoek gaan ze hun les zo vormgeven dat die past bij de kinderen, bij henzelf en bij de regio. Topographical teaching, noemen we dat. En dat is de kern van het ambacht. Meer inclusie betekent op die manier ook betere didactiek.’

‘Bovendien staat een leraar er nooit alleen voor. Veel leraren voelen zich nu eenzaam en machteloos, ze denken dat ze de diverse klas niet kunnen bedienen. Maar ze kunnen altijd terugvallen op de brede expertise van regulier onderwijs, speciaal onderwijs en jeugdzorg. Weg dus met die slagboom-diagnostiek, waarbij kinderen eerst moeten bewijzen dat ze hulp nodig hebben voordat er iets in gang wordt gezet. Als een kind zegt dat het graag een koptelefoon op wil in de klas, kan je het kind vragen om eerst te bewijzen dat het adhd heeft, maar je kan ook koptelefoons in de klas hangen. Als een kind dan continu die koptelefoon op zet, kun je vragen wat er aan de hand is. Werk vanuit vertrouwen!’

 

U creëerde ook dialoogkaarten over inclusief onderwijs met grappige cartoons erop. Inclusie wordt vaak gezien als loodzware opgave. Kan het gesprek hierover wat meer luchtigheid gebruiken?

‘Absoluut. Op een van de dialoogkaarten staat een QR-code naar een liedje van cabaretière Brigitte Kaandorp, waarin ze zingt: ‘Het leven is voor mij gewoon ontzettend zwaar.’

‘Vaak neigen we daarnaar, om de uitdagingen als iets loodzwaars op te vatten, zeker als het gaat om inclusief onderwijs. Natuurlijk komen bij inclusief onderwijs tal van lastige dilemma’s kijken, maar het hoeft niet inherent zwaar te zijn. Integendeel. Het besef dat alle kinderen verschillend zijn, net zoals alle leraren verschillend zijn, kan juist iets heel bevrijdend zijn.’

Meer over: