De kracht van inspirerende verhalen

Door Maurice van Turnhout

Door een sterke ketensamenwerking kan het kind tot bloei komen

High-tea denktank bijeenkomst november 2023

Inclusief onderwijs voor iedere leerling begint bij een dekkend netwerk van voorzieningen. Maar hoe versterk je dat? Over die vraag werd op 29 november gebrainstormd in een door het Samenwerkingsverband georganiseerde high tea in de Stoomhal te Wormer, met als thema ‘Samen inclusiever’.

‘Het dekkend netwerk is een belofte van alle scholen in de regio, zodat er geen kind tussen wal en schip valt,’ zegt Marianne den Otter, docent bij Fontys Opleiding Speciale Onderwijszorg (OSO), vanaf het podium. ‘Thuisnabij regulier onderwijs voor ieder kind, dat is toch een prachtig ideaal? Hoe kom je dan tot de best mogelijke ketensamenwerking met je partners, om handen en voeten aan dat ideaal te geven?’

In de Stoomhal zijn zes ronde tafels gedekt. Aan elke tafel waakt één gespreksleider over tenminste vier vertegenwoordigers van elke deelnemende school: leidinggevenden, begeleiders, ouders en ketenpartners vanuit zorg, gemeenten, jeugdwerk en maatschappelijk werk. Vandaag fungeren zij als denktank.

De verzamelde data van de door Fontys OSO opgestelde vragenlijst ‘Samen leren en werken aan inclusiever onderwijs in de Zaanstreek’ dient als springplank voor de brainstorm, samen met het Ondersteuningsplan 2022-2024. Stip op de horizon is het nieuwe Ondersteuningsplan 2024-2028, dat medio zomer volgend jaar klaar moet zijn.

Dat Ondersteuningsplan is absoluut een complexe taak, erkent Den Otter: ‘We moeten de Wet Passend Onderwijs verbinden met de Jeugdwet, zorg en onderwijs komen hier samen. Dat is de meest ingewikkelde koppeling die ik in mijn veertigjarige onderwijscarrière tot nu toe heb meegemaakt, al is het maar omdat zorg en onderwijs onder regie en verantwoordelijkheid van respectievelijk gemeente en samenwerkingsverband vallen, met ieder hun eigen middelenstromen.’

 

Geen schotten

In de loop van de middag klinkt er een vrolijk gerinkel van lepeltjes en vorkjes in de Stoomhal. De uitdagende taak wordt behapbaar gemaakt door de aanvoer van kannen thee en etagères met hartige en zoete hapjes.

Vooraf verwijst Den Otter naar het VN-Kinderrechtenverdrag als inspiratiebron voor het nieuwe Ondersteuningsplan: ‘Kinderen moeten leren respectvol met elkaar en met diversiteit om te gaan. Het lijkt alsof mensen gefragmenteerd zijn, omdat ieder kind opgroeit in meerdere leefwerelden – school, achtergrond, peer group. Voor bepaalde groepen moeten we ons nog extra inspannen. Maar probeer elk kind door een holistische bril te bekijken; we zijn allemaal één mens met één hart, we willen allemaal gezien worden voor wie we zijn. Mede daarom is ontschotten van groot belang.’

In lijn met het onderzoek van psycholoog Urie Bronfenbrenner stelt Den Otter dat ‘de ecologie van het kind’ nauwkeurig in kaart moet worden gebracht. ‘Wie bevindt zich in welke ring van de sociale netwerken van het kind? Zodra je weet hoe die ecologie eruitziet, weet je ook met wie je moet samenwerken. Dat is een kwestie van relaties opbouwen. Zie het als een gezamenlijke opdracht, om het kind tot bloei te brengen en te voorkomen dat het in de knop breekt.’

Al snel ontstaan er levendige gesprekken. Aan één van de tafels wordt nagedacht over inclusief, thuisnabij onderwijs. Idealiter zou er in elk schoolgebouw jeugdzorg aanwezig moeten zijn, luidt de conclusie – liefst met spreekkamers voor kindercoaches en het consultatiebureau van de GGD erbij, oppert één van de deelnemers. Als er zoveel disciplines op school aanwezig zijn, werkt dat drempelverlagend. Ook voor ouders, die nogal eens huiverig zijn voor het idee dat hun kind in een zorgtraject belandt. Daarbij is het van groot belang dat de barrières tussen zorg en onderwijs worden doorbroken, zo klinkt het eensgezind tijdens de presentaties na afloop van elke gespreksronde.

 

Pareltjes

Bij de tweede brainstormsessie staat ‘interprofessioneel samenwerken’ op de agenda. Eén van de tafels broedt op de preventie van thuiszitten. Op dit moment kunnen twee specialisten van het Dienstencentrum wonderen verrichten voor één kleuter die uit dreigt te vallen, maar als er twintig kinderen deels of geheel thuiszitten, dan zou je dus eigenlijk veertig specialisten nodig hebben om ze te ondersteunen, wordt er uitgerekend. En zelfs dan kan je geen ijzer met handen breken.

‘We proberen de kinderen te fixen,’ merkt een schooldirecteur op, ‘maar de problemen zitten vaak diep in de familiesystemen, in de maatschappij. Dan kan je kinderen wel traumasensitief onderwijs gaan geven, maar als ze een ouder hebben die kampt met oorlogstrauma’s of een vechtscheiding, zet je ze terug in dezelfde context.’

Omdat de problematiek diepe wortels kent, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk te signaleren, daar zijn de tafelgenoten het over eens. Ook hier kan een interdisciplinaire aanpak in de schoolgebouwen zelf het verschil maken. ‘Daardoor zijn de lijnen korter en is de samenwerking hechter.’

Als besluit van de high tea worden er ‘Pareltjes in de Zaan’ gedeeld, inspirerende verhalen uit de onderwijspraktijk van alle dag.

Op het podium staat een bevlogen Bob Vloedbeld, directeur van GO en GVO school Dynamica in Koog aan de Zaan. Zijn school heeft een reguliere school, OBS De Watermolen, als buur. De scholen ontwikkelen een gedeeld natuurspeelplein, de ‘Groene Pleinen’, waar kinderen van beide scholen elkaar kunnen ontmoeten. De ontwerpplannen zijn klaar, in januari 2025 gaan de spades de grond in.

Bij de ontwikkeling van de plannen werd Vloedbeld geïnspireerd door Marc van de Geer, directeur van EBS Het SchatRijk, en kartrekker van natuurspeelplaatsen in de regio. Door elkaar te inspireren vormen de Pareltjes samen een fraaie ketting. Vloedbeld is ervan overtuigd: ‘Met deze initiatieven geven we invulling aan inclusie!’

Meer over: